Aflevering 2: Het extraverte ideaal

Onderwerpen blogserie: Introversie is een stille kracht

Meer weten over de onderwerpen van deze blogserie: Introversie is een stille kracht? Klik dan hier:[toggle title=’Toon text’]

Inleiding

Introversie is een stille kracht. Want wist je dat…

  • De ontdekkers van de computer introverte mensen waren, die in hun eentje aan het puzzelen waren?
  • Mensen als Bill Gates, Kofi Annan, J.K. Rowling, Angela Merkel en Marco van Basten introvert zijn?
  • Eenzaamheid en introversie meestal de sleutel zijn tot creativiteit?
  • Het boek van Jim Collins Good to great (zie vorige blogserie), een pleidooi is voor introvert leiderschap?

Toch wordt in onze maatschappij extraversie vaak hoger gewaardeerd. Dat blijkt ook uit de verhalen van veel coachees die ik begeleid. Deze blogserie pleit voor de kracht van introversie in een extraverte samenleving. De serie is voor een groot deel gebaseerd op het boek Stil van Susan Cain.

In zes afleveringen bespreek ik de volgende onderwerpen:

  1. ‘Ik ben dus niet gek, ik ben introvert.’ Over de kenmerken van introverte, extraverte en ambiverte mensen.
  2. Het extraverte ideaal. Over de rol van introversie in een maatschappij die extraversie tot ideaal verheft.
  3. Uit de verf komen. Hoe kan de kracht van introversie in organisaties beter zichtbaar worden? En hoe komen introverte mensen beter uit de verf?
  4. De roes en de rem. Hoe kunnen introverte en extraverte mensen goed samenwerken?
  5. Communicatietalen(t). Hoe kunnen introverte en extraverte mensen effectief communiceren?
  6. Spelen met introversie. Hoe blijf je introvert en kun je tegelijk de grenzen van introversie verkennen?[/toggle]

Inleiding

Een derde van onze westerse bevolking is introvert. Toch is onze maatschappij extravert ingesteld. Over dit extraverte ideaal van onze maatschappij gaat dit tweede blog in de serie over introversie.

Het extraverte ideaal

Mensen met extraverte kwaliteiten liggen goed in de markt. Dat blijkt ook uit de volgende ervaringen die Susan Cain in haar boek beschrijft:

Bij toelating tot de universiteit werd niet gezocht naar de meest uitzonderlijke kandidaten, maar naar de meest extraverte. Paul Buck, de rector magnificus van Harvard, verklaarde eind jaren veertig dat Harvard het ‘sensitieve, neurotische’ type en de ‘intellectueel overgestimuleerden’ moest afwijzen ten gunste van jongens van het ‘gezonde, extraverte soort’. In 1950 verklaarde de rector magnificus van Yale, Alfred Whitney Griswold, dat de ideale student op Yale niet een ‘zeer gespecialiseerde intellectueel met borstelige wenkbrauwen was, maar een allrounder’. Een ander rector vertelde (…) dat ‘het voor zijn gevoel niet meer dan logisch was’ om tijdens de selectie niet alleen rekening te houden met de behoefte van de universiteit, maar ook met wat vier jaar later de sollicitatiecommissies van het bedrijfsleven zouden willen. ‘Die houden van een behoorlijk sociaal, actief type,’ zei hij. ‘Dus onze ervaring is dat de beste kandidaat degene is die tijdens zijn studie gemiddeld een acht of hoger heeft gehaald en volop buitenschoolse activiteiten heeft ontpooid. Het “briljante” introverte type kunnen we slecht gebruiken.’ (Cain 2014, pp. 47-48)

Het voorgaande citaat beschrijft praktijken uit de tweede helft van de vorige eeuw. Wanneer ik goed om me heen kijk en mijn oor te luisteren leg in studie- en werkwereld, is die tendens alleen maar versterkt. Al jong starten we met onze jonge mensen voor te bereiden op een extraverte maatschappij. Waar vroeger de banken in rijen in de klas stonden, staan ze nu in groepjes. Leerlingen in het basisonderwijs werken vaak in groepjes. Het voortgezet onderwijs werkt veel met projectgroepen. In de werkende wereld zijn de kantoren vervangen door kantoortuinen en werkeilanden.

De hoogsensitiviteit van introverte mensen (zie blog 1) maakt dat het groepswerken hun vaak veel energie kost. Een van de kenmerken van een introvert persoon is namelijk dat deze het liefst alleen werkt. Het is een feit dat een derde van onze lerende en werkende maatschappij introvert is, maar onze maatschappij lijkt erg (in)gericht op het andere, extraverte deel.

Voor een deel van de leerlingen en medewerkers is groepsgericht werken een heel prettige vorm van leren en werken. Het is een kans tot samenwerking en kennisdeling. Voor een ander deel ontstaat hierdoor te veel prikkeling en afleiding. Deze laatste groep wordt te gemakkelijk afgedaan als ‘niet passend in het plaatje, dus niet oké’.

Is extravert wel zo ideaal?

Een vraag die ik mijzelf regelmatig stel, ook op basis van de verhalen van coachees die ik begeleid, is waarom het extraverte ideaal in veel bedrijven en in onze maatschappij zo wordt overschat. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat studenten die zelfstandig studeren, meer leren dan zij die groepsgewijs leren. Wanneer je alleen werkt, kun je effectief leren, en jezelf op deze manier verbeteren. Susan Cain bevestigt dit:

Bovenmatige prikkeling lijkt zelfs het leren te hinderen. Tijdens een recent onderzoek werd geconstateerd dat mensen beter kunnen leren na een rustige boswandeling dan na een wandeling door een rumoerige straat in de stad. Een ander onderzoek, van 38.000 mensen die intellectuele arbeid verrichten in diverse bedrijfstakken, concludeerde dat tijdens het werk gestoord worden een van de grootste obstakels voor productiviteit is. Zelfs multitasken, dat hooggewaardeerde kunstje van moderne kantoortijgers, blijkt een mythe te zijn. Wetenschappers weten inmiddels dat de hersenen niet de aandacht op twee dingen tegelijk kunnen richten. Wat er als multitasken uitziet, is niet anders dan heen en weer schakelen tussen verschillende bezigheden, waardoor de productiviteit vermindert en het aantal fouten tot 50 procent stijgt. (Cain 2014, pp. 114-115)

Ik zie het belang in van samenwerken (letterlijk) en groepswerk. Ook voor introverte mensen kan het goed zijn om hieraan deel te nemen. Tegelijk denk ik dat we het belang ervan ook zijn gaan overschatten. Multitasken leidt tot een verminderde productiviteit en meer fouten, zoals Cain stelt en zoals ik ook in een eerder blog over timemanagement heb geschreven. Focus daarentegen leidt tot een hoge bijdrage in werk. Dat geldt zowel voor extraverte als voor introverte mensen. We zouden elkaar wat meer op het midden moeten vinden en zo van elkaar leren. Daar worden we beiden wijzer van.

Het verhaal van Foppe

Foppe is vijftig jaar en werkt al jaren als manager bij een bank. Hij werkt ongeveer een uur rijden vanaf zijn werk en maakt lange dagen. In zijn werk heeft hij veel ballen in de lucht te houden. Hij wil heel graag de rust en ruimte hebben om zijn taken te doen. Het liefst zou hij iedere dag minstens een halve dag de deur dichtdoen, zodat hij zaken uit kan werken, aan stukken kan schrijven, rustig gesprekken kan voeren en al zijn andere taken ordenen. Dat is niet mogelijk. Zijn werk hangt van adhoc-zaken aan elkaar. Hij wordt erg gewaardeerd, zowel door zijn personeel als door de managementlagen boven hem. Wel vindt zijn manager dat zijn tempo soms wat omhoog mag en dat hij wat effectiever zou kunnen handelen als hij wat minder consciëntieus was.

Foppe vertelt dat hij zijn reistijd ’s avonds – minimaal een uur – nodig heeft om zijn hoofd weer een beetje leeg te krijgen. Soms is hij thuis voor hij er erg in heeft en heeft hij ‘de hele weg niet meegekregen’.

Bij een reorganisatie wordt Foppe boventallig. Foppe overweegt iets heel anders te gaan doen. Binnen de organisatie komt een mogelijkheid om als financieel adviseur aan de slag te gaan. Geen management meer. Een voor hem nieuwe rol en ook een rol waarin hij veel te leren heeft. Hij zal hiervoor ook worden opgeleid.

Wanneer ik hem na enkele maanden spreek, zie ik een andere man. Foppe had altijd iets onrustigs, gejaagds en gestrest over zich. Nu spreek ik hem en vertelt hij vol verve over de leuke uitdagingen die hij ervaart.

Wanneer we doorpraten en ik hem vraag hoe het verschil in performance, dat ik waarneem, te verklaren is, denkt hij diep na. Dan is zijn antwoord: ‘Al die ballen in de lucht, ik ben er niet zo goed in. Daarbij ben ik veel liever diepgaand met één taak bezig dan oppervlakkig met veel taken. Ook wil ik echte aandacht aan mensen kunnen geven, zonder voortdurend gejaagd te zijn. Ik ben nu met één ding tegelijk bezig en doe dat goed, in een open en verdiepend contact met mijn klant.’

Foppe mag nu zijn wie hij is en komt in wezen beter uit de verf.

Groeivraag

Hoe verhoud jij je tot het extraverte ideaal? Herken je dingen die in dit blog beschreven staan? Wat? Hoe wil je hiermee omgaan? Hoe ga je dit concreet doen?

Vooruitblik

In het volgende staan de volgende vragen centraal: hoe kan de kracht van introversie in organisaties beter zichtbaar worden? En hoe komen introverte mensen beter uit de verf?

Bronnen voor deze serie

Cain, Susan (2014), Stil. De kracht van introvert zijn in een wereld die niet ophoudt met kletsen. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers.

Over het blog

De missie van Loopbaanparadox is: “Kwetsbaarheid is kracht! Menselijk maatwerk in duurzaam, inspirerend en ambachtelijk loopbaan- en studiekeuzeadvies”. Het blog draagt in dit kader kennis, inspiratie en deskundigheid over en verschijnt iedere maandag.

De foto’s zijn van fotograaf Marcel Sjoers (www.marcelsjoers.nl). Ze zijn te bestellen via marcel@marcelsjoers.nl. Het blog is geschreven door Cora van Rossum (www.loopbaanparadox.nl) en staat onder redactie van Marleen Schoonderwoerd (http://www.linkedin.com/in/marleenschoonderwoerd).

Cora van Rossum – www.loopbaanparadox.nl – 7-12-2015