Aflevering 8: Moed in de arena

Inleiding

‘Kwetsbaarheid is kracht! Menselijk maatwerk in duurzaam, inspirerend en ambachtelijk loopbaan- en studiekeuzeadvies.’ Zo luidt de missie van mijn bedrijf Loopbaanparadox. Toch is kwetsbaarheid niet vanzelfsprekend. Het voelt vaak ‘eng’, ‘naakt’ en roept gevoelens van schaamte op. Wat zullen anderen wel niet van ons vinden als we echt zeggen wat we denken of voelen? In plaats daarvan trekken we liever muren overeind of zetten we maskers op. Zo worden we onaantastbaar.

Maar kwetsbaar zijn we. In deze blogserie wil ik met jullie onze kwetsbaarheid verkennen. En wil ik wegen schetsen om die kwetsbaarheid te aanvaarden en hiermee om te gaan. Daar is wel moed voor nodig. Maar het gevolg is dat we onze (werk)relaties versterken. En dat we ons meer bewust zijn van wie we zijn en willen zijn. Wat een paradox. Kwetsbaarheid is kracht!

Elk blog sluit af met een persoonlijke groeivraag. Wanneer hierdoor persoonlijke dilemma’s boven komen, is het altijd mogelijk om hierover te mailen (cora@loopbaanparadox.nl). Gratis!

Moed in de arena

In dit achtste blog verken ik het zevende borderlinecriterium uit het boek van Dirk De Wachter, het leven in een paranoïde en dissociatieve wereld. Vervolgens onderzoek ik welke weg Brené Brown hierin wijst. Maar ik start met een voorbeeld uit mijn eigen loopbaanpraktijk.

Paranoia en dissociatie in de praktijk: het verhaal van Marit

Er moet in een organisatie fors bezuinigd worden. De duimschroeven moeten aangedraaid. Dit vraagt bijstelling van werkwijzen. Het betreft een logistiek bedrijf waar dingen al jaren op dezelfde manier gaan. Nu moet ineens het roer om. Een heel aantal medewerkers lijkt niet ‘mee te willen’. Zo ook Marit. Ze gaat op een niet al te subtiele en vervelende manier het gesprek aan met haar leidinggevende en verwijt hem van alles en nog wat.

Marits toon komt in wezen voort uit onmacht. Marit zit klem. Er worden dingen van haar gevraagd waar ze zich niet capabel voor voelt. Haar baan, waarin ze altijd met plezier heeft gewerkt, is plotseling iets waarvan ze het gevoel heeft dat ze het niet of niet goed genoeg kan. Ook heeft ze het gevoel dat voor haar onzekerheid binnen het bedrijf geen ruimte is. Medewerkers worden overspoeld met mail uit de organisatie. Er is nauwelijks ruimte voor gesprek tijdens bijeenkomsten op de werkvloer. Het moet gewoon. Maar Marit kan het niet opbrengen. Haar houding leidt tot conflict en zo tot ziekte.

Het gemak van virtuele relaties

De Wachter stelt in het hoofdstuk dat gaat over het zevende borderlinecriterium: ‘We vertonen allemaal voorbijgaande stressgebonden paranoïde / dissociatiesymptomen.’

Hij bespreekt verschillende vormen die hij in onze huidige maatschappij ziet. In games, op Facebook en andere sociale media nemen we een virtuele identiteit aan. We kunnen kiezen hoe we onszelf profileren. Dat is juist ook de kracht van deze media. Tegelijk hoeven we binnen deze relatievormen onze emoties niet te hanteren, zoals we dat wel moeten in face-to-face relaties. We kunnen dus de confrontatie met onze eigen emotie uit de weg gaan. Maar daardoor verliezen we niet zelden het contact met onszelf. We dissociëren. Ook worden we angstig, paranoïde in contacten,hoewel we dit op allerlei manieren maskeren.

Heeft De Wachter gelijk? Ik vrees dat hij in ieder geval een punt raakt. Ik wil daarmee niet de hele huidige samenleving – mooi woord: samen-leving – in de prullenbak gooien. We hebben inmiddels heel andere manieren ontwikkeld om samen-leven vorm te geven. En daar kleven voor-, maar zeker ook nadelen aan. Ik zie dat terug in het voorbeeld van Marit. Er wordt binnen het bedrijf waar Marit werkzaam is, teveel via e-mail gecommuniceerd, en niet meer persoonlijk. En juist in dat laatste zit niet altijd het gemak van het leven, wel de verbinding, compassie en moed. De kracht van kwetsbaarheid.

Moed om in relaties te staan

Brené Brown citeert in haar boek Theodore Roosevelt, uit zijn toespraak op 23 april 1910 aan de Sorbonne in Parijs. Deze voordracht heet officieel Burgerschap in een republiek.

Ik neem het citaat over:

Het is niet de criticus die telt; niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen. De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, zijn gezicht besmeurd met stof, zweet en bloed; die zich kranig weert; die fouten maakt en keer op keer tekortschiet, omdat dat nu eenmaal onvermijdelijk is. Die desondanks toch probeert iets te bereiken; die groot enthousiasme en grote toewijding kent; die zich helemaal geeft voor de goede zaak. Die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse verrichting proeft, en die, als het tegenzit en als hij faalt, in elk geval grote moed heeft getoond… (Brown 2013, p. 11)

De moed waarvan in dit citaat sprake is, is veel minder nodig wanneer wij ons verstoppen in virtuele relaties en onze relaties in de ‘echte wereld’ minder een plaats geven. Als we, in plaats van druk te e-mailen, de rust te nemen om samen met een collega die erdoorheen zit, een bak koffie te drinken. Als we in plaats van via direct contact per mail met onze medewerkers communiceren, en zodoende niet horen waar zij echt mee zitten. De werkplek kan ook een ‘arena’ zijn. Daar ben ik me terdege van bewust. Toch is dat de enige plaats waar reële relaties vorm krijgen.

Wanneer ik hoor dat over boventalligheid in organisaties alleen via de mail grote bijeenkomsten, et cetera worden gecommuniceerd met medewerkers, zoals in het voorbeeld van Marit, krijg ik buikpijn. Juist de medewerker die boventallig is, heeft behoefte aan echt contact, aan rustige tijd en een persoonlijke benadering.

Het verhaal van Marit: hoe ging het verder?

Marit heeft uiteindelijk een baan buiten de eigen organisatie moeten zoeken. De veranderingen waar ze niet voor toegerust was, braken haar op. Ik denk dat dit niet nodig was geweest als de organisatie/de leidinggevenden zich op een goede manier in de ‘arena’ van het persoonlijk gesprek hadden gestort, inclusief echte aandacht en goede interventies.

Groeivraag

In hoeverre herken je het symptoom dissociatie? Herken je de ‘arena’ van de echte wereld en de echte relaties, in de woorden van Roosevelt? Wat wil je leren? Hoe? Maak het concreet.

Vooruitblik

Volgende week kijken we naar het achtste borderlinecriterium uit het boek van Dirk De Wachter, automutilatie en suïcidaliteit. Vervolgens onderzoeken we of Brené Brown hierbij een goede richting kan wijzen.

Bronnen voor deze serie

  • Brown, Brené (2013), De kracht van kwetsbaarheid. Heb de moed om niet perfect te willen zijn, Utrecht: A.W. Bruna Uitgevers B.V.
  • Brown, Brené (2013), De moed van imperfectie. Laat gaan wie je denkt te moeten zijn, Utrecht: A.W. Bruna Uitgevers B.V.
  • Rossum, Cora van (2014), Kwetsbaarheid is kracht. Menselijk maatwerk in duurzaam, inspirerend en ambachtelijk loopbaan- en studiekeuzeadvies, Uitgave Loopbaanparadox.
  • Wachter, Dirk De (2013), Borderline Times. Het einde van de normaliteit, Tielt: Uitgeverij Lannoo nv.

Over het blog

De missie van Loopbaanparadox is: Kwetsbaarheid is kracht! Menselijk maatwerk in duurzaam, inspirerend en ambachtelijk loopbaan- en studiekeuzeadvies”. Het blog draagt in dit kader kennis, inspiratie en deskundigheid over en verschijnt iedere maandag.

De foto’s zijn van fotograaf Marcel Sjoers (www.marcelsjoers.nl). Ze zijn te bestellen via marcel@marcelsjoers.nl. Het blog is geschreven door Cora van Rossum (www.loopbaanparadox.nl) en staat onder redactie van Marleen Schoonderwoerd (http://www.linkedin.com/in/marleenschoonderwoerd).

Cora van Rossum – www.loopbaanparadox.nl – 15-6-2015